zondag 12 juli 2009

Gevallen vrouw

Ik ben nogal onhandig. En dat terwijl ik jaren (echt jaren, 15 ofzo) op ballet gezeten heb. Helaas heb ik er geen gracieuze bewegingen op na gehouden van deze vijftien jaar durende lessen. Ik moest uiteindelijk mijn spitzen aan de wilgen hangen omdat ik zo onhandig was om mijzelf pootje te haken bij een ingewikkelde balletpas 'op de diagonaal'.

Dat ik onhandig ben, blijkt uit de vele keren dat ik op onzachte manier in aanraking kwam met vloeren, muren en andere objecten. Met andere woorden: om de zoveel tijd val ik weer eens. En natúúrlijk ligt het nooit aan mij (behalve die ene keer tijdens de balletlessen dan).

Zo viel ik een paar jaar geleden omdat er een kind zonder te kijken de straat overstak. Ik fietste daar (want dat mocht) en was wellicht een klein beetje afgeleid. Om kort te gaan: ik reageerde aan de late kant, verloor de macht over het stuur en maakte een enorme schuiver op het (warme) asfalt. Resultaat: enkele schrammen onder mijn kin en twee kapotte knieën. Het jurkje was wonderbaarlijk genoeg nog heel. Wel was het goed genoeg voor een gang naar de dokter en mijn allereerste tetanus-prik, omdat het paard van het draaiorgel altijd daar loopt (en je weet maar nooit!)

De tweede keer was een paar jaar later. Twee weken voor mijn eerste kerkdienst, fietste ik op mijn vouwfietsje naar mijn werk. 'Wat wiebelt hij raar', dacht ik nog, terwijl ik in een noodgang door rood vloog. En enkele meters later (na het kruispunt) opeens op de grond lag. Vlak naast mijn vouwfiets, die in twee stukken lag. De schade was, naast mijn vouwfiets, aanzienlijk: een kapotte jas, een kapotte bril, een (uiteraard) kapotte fiets en een gehavend gezicht met maar liefst één hechting. Ik zag eruit als de Elephant Man.

En natuurlijk was het net mijn stageweek, waardoor mijn gehavende gezicht aardig in de picture stond bij de gemeente waar ik stageliep. Toen ik zondag de dienst bijwoonde, dromden de gemeenteleden om mij heen. 'WAT is er met jou gebeurd?' vroegen ze geschokt. Ik dacht even lollig te zijn en vertelde dat mijn man de kerkenraadsvergadering te lang vond duren. Het gezicht van mijn gesprekspartner, waardoor ik snel met het echte (en eigenlijk zeer onwaarschijnlijke) verhaal op de proppen kwam. Leermoment: geen flauwe grappen vertellen als je gezicht gehavend is.

Maar daarna ging het beter met het vallen. Nou ja, met het vallen niet, maar wel met mijn 'fietsongelukjes'. En afgezien van mijn avonturen op de rolschaatsen afgelopen zomer, was ik al een tijd niet meer gevallen. 'Je bent al een poos niet meer gevallen', sprak Jeroen.

En dat had hij nou niet moeten zeggen. Want afgelopen woensdag wilde ik op een holletje naar de sportschool. Sportspullen in een rugzak, en oh ja, de lege flessen moeten ook nog mee. Die dus in een plastic zakje aan het stuur. Fiets uit de schuur, banden oppompen en weg. Dat dacht ik. Want toen ik opstapte, schoot het rubberen handvat van het stuur los en werd ik tegen de muur van het schuurtje gelanceerd. Resultaat: bont en blauwe knieën en natuurlijk enkele schrammen op mijn gezicht. Maar gelukkig niet zo heel erg zichtbaar.

"heeft de kat je gekrabt?' vroeg een collega terwijl we naar kantoor fietsten. Ik ontkende. 'Of een keukenkastje', vroeg ze half lacherig. 'Het is toch niet Jeroen?'. Gelukkig kon ik ook dat ontkennen.

Jeroen was juist degene die me hoofdschuddend van de vloer opgeraapt had. En fietsen? Daar waag ik me (over drie dagen) even niet meer aan.

zaterdag 4 juli 2009

Idool

'En wat vinden jullie nou van de dood van die eh, eh... Sekson?' vroeg mijn oma laatst aan me. Sekson?? Hoe komt oma nu weer aan het woord seksen? Ik wist even niet waar ze het over had. 'Wat bedoelt u, oma?' vroeg ik haar voorzichtig. 'Ja nou, die rare man die afgelopen week overleden is, die gekke popster... Maaikel', sprak ze vertwijfeld. Eindelijk begon al rinkelend het muntje te vallen: 'Oh, Michael JACKson!!' riep ik opgelucht uit. En ergens was ik toch wel verbaasd dat ze hem kende.

Aan de andere kant: als zelfs mijn oma deze man kende, dan moet hij wel een enorme impact gehad hebben op de wereld. Niet alleen bij mensen van mijn generatie (ik kom immers uit de jaren tachtig, toen deze popster zijn hoogtijdagen beleefde en in fluoriserende veel te strakke pakjes onder begeleiding van veel 'oeh!'s' zijn beruchte moonwalk liep), maar ook bij mensen die toen al (in mijn ogen) een respectabele leeftijd hadden en het maar 'werelds, onchristelijk gedoe' vonden.

Michael was natuurlijk ook een legende. Iedereen kent wel minstens één liedje van de popster en hij is natuurlijk vele malen gecoverd. Zelfs ik, fervent Radio4-luisteraar (heb ik dat net ècht op een publieke website opgeschreven??), ken enkele liedjes van hem. En het is ook wel lekkere muziek om op te swingen natuurlijk.

Maar de laatste paar jaar hoorde je toch minder van hem. Tenminste, op muziekgebied. Natuurlijk waren er berichten dat delen van zijn gezicht loslieten (bijvoorbeeld zijn neus), waarover talloze flauwe grappen gemaakt zijn. En dan was er nog het schandaal op Neverland waar niemand echt het fijne van weet. Dus de laatste jaren had hij vooral de naam een 'rare man' (zoals oma hem typeerde) te zijn. En dat past ook wel weer in het plaatje. Muzikale genieën zijn nu eenmaal 'rare mannen' (zie bijvoorbeeld ook W.A. Mozart).

Na zijn dood is hij inmiddels weer het gespreksonderwerp van de dag. In de trein hoor je opeens geen rock, maar Michael uit de MP3oordopjes tetteren. CD's en DVD's van hem vliegen als warme broodjes over (al dan niet virtuele) toonbanken, Bol.com schijnt inmiddels uitverkocht te zijn en zelfs De Slegte vaart er wel bij, vernam ik laatst. Ook het NOS-journaal grijpt iedere mogelijkheid aan om Michael even in de schijnwerpers te zetten. Zo mochten we laatst nog even een aantal repetitiebeelden aanschouwen die 2 dagen voor zijn dood gemaakt zouden zijn.

En natuurlijk praat iedereen erover. Van jong (zoals de kinderen van een collega van mij) tot oud. Zoals mijn oma dus. Of twee vrouwtjes in de trein die een zitje voor mij in een Metro aan het bladeren was. Ik ving hun gesprekje op omdat ze behoorlijk hard (ja, het was na 9 uur dus de voordeelurenkaarten waren ook geldig) aan het converseren waren:

- "Ach ach, dat is ook wat, van die Maaikel Djeksun"
- "Ja, wat die man nou in Nederland moest..."
- "Was Maaikel Djeksun in Nederland dan?"
- "Ja, hij schijnt hier te wonen. In dit krantje staat dat hij in zijn villa in Nederland is overleden".
- "Waar staat dat dan???"

een verwoed geritsel van de krant volgde.

- "Hier! 'Maaikel Djeksun overleed donderdagnacht in zijn Nederland, zijn villa'"
- "Nee meid! Dat is Neverland, zo heet zijn huis. Staat in Amerika"
- "Oh NEVERland! *gegrinnik* Ik dacht al: wt moet zo'n grote popster nu in Nederland. Maar het is dus Neverland...."

dinsdag 30 juni 2009

Drukte

Op de één of andere manier ben ik de laatste tijd weer Heel Erg Druk. Op zich logisch, want de zomer is weer in aantocht. En als de zomer weer in aantocht is, dan denken alle predikanten (want dat is logisch): "HA! VAKANTIE!! VRIJ!!!". Want er gebeurt in de gemeente toch niets (want alle gemeenteleden zijn op vakantie en komen dus niet naar catechese/groepsgesprekken/kerkdiensten).

Gevolg is dat vele preekvoorzieners met hun handen in het haar zitten. Want wie wil er dan wel voorgaan als alle dominees vrolijk vakantie aan het vieren zijn? Andere dominees kunnen ze niet vragen, want die zijn ook op vakantie (of ze moeten toevallig geen kinderen hebben of op een andere manier aan het hoogseizoen vast zitten). Dus dan is alle hoop gevestigd op.. de kandidaten.

Vaak begint de jacht al vroeg. De meeste preekvoorzieners hebben rond deze tijd hun preekroosters voor 2010 allang rond. En de meeste kandidaten zitten dan ook mudvol volgend jaar. Soms tot grote ergernis van hun partners. Want vaak is het zo dat zij zich moeten aanpassen aan de vakanties en buiten het seizoen om moeten gaan. Of op een andere tijd als het hen eigenlijk niet uitkomt.

Zo wilde Jeroen eigenlijk eind juni aan de vakantie gaan beginnen. We willen dit jaar de 'Coast to Coast-way' gaan lopen. Een 300 km. lange wandeling van de westkust naar de oostkust van Engeland (ter hoogte van Yorkshire, dus het valt allemaal nog best mee. Zuid-Engeland was erger geweest). Hij wilde dit in juni doen omdat het dan nog niet zo druk is, het nog niet heel heet is (vaak is het in juni nog niet heet) en we niet hoeven te knokken voor een Bed & Breakfast. Helaas ging het hele feest niet door.

Tenminste... niet in juni. Daar kwam hij althans in november 2008 achter. "Wanneer gaan we eigenlijk op vakantie?" vroeg ik hem toen. "ik dacht erover om in juni te gaan", antwoordde hij. Ik checkte mijn agenda en zag dat ik bijna iedere zondag moest voorgaan. "Ja, maar dan kan ik niet. Ik moet voorgaan". "IEDERE ZONDAG?!?!?!" schuldbewust knikte ik. Uiteindelijk bleef er één moment over om op vakantie te gaan: namelijk half juli tot en met begin augustus. Midden in het hoogseizoen dus. Snel werden de data half december geblockt, wat maar goed was ook. In januari belden namelijk nog talloze radeloze preekvoorzieners die vertwijfeld op zoek waren naar nieuwe kandidaten omdat ze opeens preekbeurten terug hadden gekregen, vacant waren geraakt of gewoon te laat begonnen waren.

En uiteindelijk is het maar goed ook dat we niet half juni zijn weggegaan. Teveel deadlines. Had het toch veel te druk gehad...

maandag 8 juni 2009

Wat een (eervolle) bak!

Het was dus een grap... Mijn foto van de rij vuilnisbakken die ik inzond naar Trouw. Maar toen ik eenmaal toch genomineerd was, vond ik dat het tijd begon te worden om toch maar een campagne op te starten. Al mijn Hyves-vrienden, en (via de mail) overige vrienden en familieleden werden opgeroepen om te stemmen. Wekenlang stond de foto op de Trouw-site op de tweede plaats, om later terug te zakken naar de derde. Ik rekende nergens meer op, maar hield in mijn achterhoofd toch rekening met een leuke waardering van de vakjury. Alhoewel... het was natuurlijk wel een heel duidelijk mobieltjes-snapshot.

Maar de laatste week voor de prijsuitreiking (die was afgelopen zaterdag in Dordrecht) bereikten mij toch wat signalen, dat ik wel eens hoge ogen kon gooien. Woensdagmiddag werd ik gebeld door de projectleider van cultuurcentrum DiEP in Dordrecht. Waarom ik me nog niet had aangemeld. Want ik was natuurlijk wel een van de genomineerden en sommigen zouden geïnterviewd worden tijdens Café Trouw (georganiseerd debatcafé waar de prijsuitreiking onderdeel van zou zijn). En 'ze wilde niet uit de school klappen, maar ik stond op de lijst voor een interview...'. Poe hee... zou er dan toch iets aan de hand zijn? In gedachten zag ik mezelf het felbegeerde weekendje Dordt (want dat was de eerste prijs) al in de wacht slepen en een goed ingestudeerd 'ik had het ook niet verwacht.... ik voel me zeer vereerd...' tegen de pers stamelen. Maar ik bleef (want dat is calvinistisch) met beide benen op de grond en nuchter. Waarschijnlijk wilden ze alle tien de genomineerden gewoon interviewen.

Maar donderdag werd ik opeens gebeld door dagblad Trouw zelf. Ze wilden een kort interviewtje over 'de Bakken'. Ik maakte tussen het koken en het vervullen van mijn burgerplicht (ik moest ook nog stemmen) wat tijd vrij, en kwekte een half uur over de 'Spelregels Afval' van de gemeente Alphen a/d Rijn (waarin regel 8 vermeldt dat de bakken ALTIJD met de wieltjes naar de straatkant geplaatst dienen te worden, omdat er anders boetes volgen, etc. mensen die dit dus niet doen: jullie zijn bij dezen gewaarschuwd), het feit dat mijn actie van de bak buiten zetten een bijzonder zeldzame actie was en de cliché-vooroordelen (en andere verborgen kanten) van Calvijn vol. Aan het einde probeerde ik subtiel te vissen naar mijn status in dit hele verhaal. 'Doen jullie dit bij iedereen?' was mijn vraag. 'Ja hoor!' antwoordde het meisje monter. Hmmm... daar werd ik dus ook niet veel wijzer van.

Daarom toog ik op zaterdag toch wel met wat kriebels in mijn buik naar Dordt. Het was mooi weer en Café Trouw was buiten ingericht met leuke picknicktafels en parasols. We kregen allemaal een kopje koffie en een Calvijn-bonbonnetje (die zijn overigens echt goddelijk, dat heeft de reformator helemaal niet slecht gedaan) en het debatcafé ging los. Eerst vertelde Willem Breedveld (politiek journalist bij Trouw) iets over Calvijn en calvinistische hedendaagse politici. Een rijtje politici werden opgesomd, van Aboutaleb en Cohen tot en met Aantjes en Wilders. Uiteindelijk spande het erom, maar werd het Donner (of Bot, of Aboutaleb... ik weet het niet precies meer). Na vijfenveertig slopende minuten brak eindelijk de prijsuitreiking aan en betraden negen van de tien genomineerden (de tiende was er niet) het podium.

Daar stonden we, op een rijtje, als veroordeelden bijna.'Ik moet zeggen, de genomineerden zijn jonger dan ik dacht!' riep de presentator. Alle genomineerden waren rond de veertig, vijftig jaar. Ik viel met mijn felgekleurde jurkje met groentinten en 27 lentes toch nog wel op. Uiteraard was ik de jongste van het hele stel. Om beurten werden we geïnterviewd. De één had nog mooiere camera's tot zijn of haar beschikking dan de andere. En toen kwamen ze bij mij. 'Hoe heb je eigenlijk de foto gemaakt?' vroeg Lodewijk Dros, de journalist van Trouw die de boel aan elkaar praatte. 'Met mijn mobieltje', antwoorde ik monter. Ik blijf het zelf ook nogal hilarisch vinden. 'Daar ga je dan, met je Nikon', grapte hij tegen het publiek en de overige genomineerden. Nadat hij het rijtje afgegaan was en iedereen nadere uitleg had kunnen geven over de foto's, kwam de jury-voorzitter eraan te pas.

Hij begon aan een lang intro en dat de wedstrijd een succes was geweest. 3000 mensen hadden gestemd, iets wat ze niet voor mogelijk hadden gehouden (ik vond het nogal weinig, maar goed..). De projectleider was er maar druk mee geweest. Daarna begon hij over de oordelen van de jury en over het feit dat het juryrapport binnenkort te lezen is op de website van Trouw (maar hij doet het nog steeds niet). De negen mensen op het podium begonnen ongemakkelijk te schuiven en zenuwachtig om zich heen te kijken. Iedereen zag je denken 'Kom nou maar op met die uitslag....'. Vervolgens werd het verlossende woord gesproken. Het jongetje met de Bijbel werd de publieksprijs, een foto van flanellen hemdjes op een verwarming en een foto van een Bijbel op een kerkbank wonnen de juryprijzen. En er waren nog twee eervolle vermeldingen. Het waren foto's die volgens de jury 'niet aan alle criteria voldeden, maar desalniettemin een eervolle vermelding verdienden' (maar er werd verder niet meer gezegd dan dat. Jammer dat het juryrapport niet te lezen is). Maar de eervolle vermeldingen gingen naar.... een foto met twee naar de kerk gaande mensen (compleet met hoed) en.... MIJN BAKKEN!!!

Dat had ik dus niet verwacht. Een eervolle vermelding voor een snapshot met een mobieltje. En zo begint deze 'bak' wel heel hilarisch te worden. Verder won ik niets, maar de eer van de jury is al mooi genoeg (hoe calvinistisch he...).

Vanmorgen stond ik in de krant. Mijn foto en een kort interviewtje. Ik stond tussen de 'vijf winnaars'. Een klein stukje met het telefonische interview en een grote afdruk van mijn foto. Met eronder: 'eervolle vermelding: vuilnisbakken op een rij'. Het is mooi.

Maar toen afgelopen donderdag het ding gereed stond om (met de wieltjes) aan de weg gezet te worden, liep ik er met een grote boog omheen en sjeesde ik weer naar het station. We moeten immers niet gaan overdrijven. Voor je het weet sta je in Trouw.


----------------------------------------------------

En voor de liefhebber het artikeltje

Het mobieltje betrapt de vuilnisbakken
Irma Pijpers-Hoogendoorn (27) had de foto als grap ingestuurd. Bij het buitenzetten van de vuilnisbakken viel het de theologe uit Alphen aan den Rijn op: ze staan niet schots en scheef, maar netjes op een rij, met de wieltjes naar de straat. „Ik vond deze ordelijkheid passen bij het beeld van calvinisme dat veel mensen hebben.” Met haar mobieltje maakte ze de foto.

Deze opstelling van de vuilnisbakken komt niet voort uit eigen ordelijkheid, maar is het gevolg van het naleven van de burgerplicht. Volgens de ’Stelregel Afval’ van de gemeente Alphen aan den Rijn, regel nummer acht, móeten afvalbakken namelijk met de wieltjes naar de wegkant geplaatst. Dat vind ik nou heel calvinistisch. Calvijn riep mensen op de wet na te leven. En hij was natuurlijk zelf heel goed in het maken van regels.” Meteen relativeert Irma Pijpers, van huis uit gereformeerd, dat beeld als ’eenzijdig’. „Calvijn ging met zijn tijd mee, en vond dat je moest genieten.”
© Trouw 2009,

zondag 31 mei 2009

Ademloos

Voor degenen die het ontgaan was (de trouwe bloglezer weet het inmiddels waarschijnlijk wel): het is dit jaar 500 jaar geleden dat Calvijn geboren is en dus Calvijn-jaar (en voor de enkele Darwinist: inderdaad, het is ook nog eens Darwinjaar...). En hoe vier je het Calvijnjaar beter dan met het veelvuldig galmen van Psalmen?

Dat moest de Protestantse Kerk in Nederland ook gedacht hebben toen zij een nieuw event organiseerde: 'Alles wat adem heeft - Psalmzingen met Calvijn'. Er was een spreker die inspirerende anekdotes vertelde (de deskundige Roel Bosch) en er was een koor dat wel allerlei Psalmen wilde kwelen: Het Vocaal Theologenensemble. Een koor vol theologen. Theologen die, zo zei de PKN-meneer in zijn dankwoord afgelopen woensdag in Dordrecht, dus 'nog meer kunnen dan alleen maar drinken'. Ik weet niet wat voor imago de gemiddelde theolo(o)g(iestudent) heeft, maar blijkbaar ééntje van iemand die voortdurend aan de wijn of het bier zit (misschien is dat ook nog wel een beetje waar...).

Allerlei soorten Psalmen zongen we. Van gregoriaans (met de vrouwenschola vn het koor) tot en met Psalmen voor Nu (heel netjes, dat wel), van het Geneefs Psalter (in het Frans) tot en met de Kinderen van Korach en van Psalm 42 op hele noten (hijijij!!! geeeeendddd!!! heeeeeertt!!! deeeeeer!! jaaaaaaachhht!! ooooont!! koooooo!!! meeeeeeeeen!!!!!!) tot en met een Engelse chant en liederen uit Iona. Het was een mooie mix en Roel had er iedere keer weer een leuk en informatief citaat bij.

Maar het organiseren was nog een hoop gedoe. Vijf keer moest het koor aantreden en in verschillende plaatsen: van Middelburg tot Kampen en van Gouda tot Groningen met als toetje een soort toegift in het Calvinistisch hart van Nederland: Dordrecht (toch de bakermat van de Dordtse Leerregels, een belangrijk Protestants geschrift). Iedere keer moest ik de koorleden van mailtjes met belangrijke informatie voorzien, dus steeds werden de koorleden verrast met een mail van Paulinische afmetingen (zeer lang of in tweevoud dus), allerlei handige tips, rondzendmails van andere leden die samen wilden reizen of wilden car-/voordeelurenkaartpoolen.

Op locatie werden koorleden en dirigente voortdurend geconfronteerd met steeds nieuwe kerken met andere akoestische 'mogelijkheden', stoelen die op verkeerde plekken stonden, Avondmaalstafels die niet weggehaald mochten worden, organisten die wel of niet met oordoppen op speelden, koffieautomaten die bestemd waren voor koor, maar uiteindelijk ook door bezoekers gebruikt werden, en vervelende èn gastvrije kosters. Daarnaast leverden verschillende verslaggevers met camera's (Woord & Dienst, Reformatorisch Dagblad), zere voeten, lage temperaturen en stemmingswisselingen door vermoeidheid ook nog een paar leuke hindernissen op.

Wel bracht het een hoop publiciteit op. En die publiciteit werd snel opgemerkt. Zo kreeg ik via Twitter al snel een reactie of ik diegene was die in Woord en Dienst stond. 'Het ging over een koor met theologen', twitterde de bewuste persoon. Snel gecheckt en inderdaad. Levensgroot stond ik erin. Very charming... (not, want veel zangers zien er bijna nooit charming uit, alleen maar hilarisch, zoals ik dus vaak).

Een week later verscheen ik weer in de pers. Nu dus in het Reformatorisch Dagblad. Mijn schoonvader belde me om me het te vertellen. 'Ben je nog ergens geweest?' vroeg hij subtiel. 'Ja, preken, op een camping in Appelscha,' antwoordde ik. 'Ja, maar ben je ook nog in de Nieuwe Kerk in Groningen geweest?' vroeg hij. Ik vertelde hem dat dit zo was vanwege de Psalmentoer. 'Zie je wel! Ja, we dachten het al wel,' zei hij. 'Maar we konden het niet zo goed zien. We hebben nog met een vergrootglas gekeken. Je schoonmoeder dacht je te herkennen aan je benen'. Nou ja, ik moet toch ergens aan herkend worden (maar heb ik nu extreem dikke benen of karakteristieke benen? Ik dacht toch dat ik hele NORMALE benen had... hmmm...).

In Dordrecht hebben we de Psalmentour afgesloten. Vijf keer anderhalf uur zingen (plus nog vijf keer anderhalf uur inzingen), maakt 15 uur zingen. Behoorlijk veel. We hadden dus behoorlijk veel noten op ons zang. Maar nu zijn we ademloos. Zoveel gegeven aan 'Alles wat adem heeft' (en ook ontvangen, laten we eerlijk zijn), dat houdt een keer op. Maar soms vraag ik me af of er nog leven is na de Psalmentour. Ik hoef voorlopig geen mailtjes meer te schrijven. Geen bedankkaartjes te plakken en te knippen. En niet meer af te reizen naar weet ik waar om daar weer met elkaar aan de slag te gaan om iets moois neer te zetten. Want dat laatste ga ik wel missen. Het feestelijke gevoel van het samen zingen en het grappen en grollen over favoriete en minder favoriete Psalmen. Maar ja, het kan niet altijd feest zijn...

zaterdag 30 mei 2009

Wat een bak - 2

De bak met de wieltjes naar de straat.. Het was een eenvoudig telefonisch snapshot dat het haalde naar de finale van de 'Calvijn & Ik' fotowedstrijd van Erfgoedcentrum DiEP in Dordrecht en de Trouw. Heel veel reacties en steunbetuigingen kreeg ik van verschillende kanten. Sommigen stemden volmondig op mijn foto ('hij is gewoon hilarisch!'), anderen schoorvoetend ('eigenlijk vind ik die foto van die Bijbel en dat jongetje veel leuker!').

De nominatie van de bakken is (ook vanwege mijn PR-mailtjes en oproepen) de hele familie- en vriendenkring doorgegaan. De bak heeft lang op de tweede plaats, maar is nu (vanwege een foto van de Heilige Schrift op een kerkbank) naar de derde plaats gezakt. Het is een nek-aan-nekrace aan het w orden, want het scheelt één procent. Met nog maar één dag te stemmen, dus wie nog niet heeft gestemd....

Daarnaast leverden 'de bakken' veel reacties op. Sommigen namen de moeite mij te melden dat het niet om een ongeschreven wet ging, maar om een echte regel van de gemeente. Wie niet 'met de wieltjes naar de straat staat', wordt uitgesloten van het legen van de afvalbak. Toen die regel ingesteld werd, schijnt het zelfs zo geweest te zijn dat er twee jaar speciale ambtenaren (dat is werkelijk niet te geloven...) langs de straten gingen om de bakken te controleren en desgewenst mensen aan te spreken op hun foutieve bak-parkeer-gedrag.. (en dat van ons.... nou ja.).

Nu kan ik me dat niet zo goed voorstellen. Ik kom namelijk heeeeel veel straten tegen in mijn woonplaats waar de bakken niet met de wieltjes naar de straat en recht in een rijtje op de stoep geparkeerd staan, maar juist schots en scheef neergedonderd zijn. Dus blijkbaar neemt men het toch niet zo nauw bij de gemeente met de 'ledigen van de bak' regels.

Of het nu verplicht is om de bak met de wieltjes naar de straat te zetten of niet, de foto van de bakken hebben dus de finale gehaald van de fotowedstrijd. Dat leverde zoals gezegd veel reacties op. Niet in de minste plaats van Jeroen. 'Zet ze een keer de bak buiten... NOOIT zet ze de bak buiten en die ene keer wel. Alsof het zo bijzonder is!' snoefde hij tegen vrienden die het mailtje ter sprake brachten. Ik zweeg wijselijk en straalde van trots.

Natuurlijk moest ik de bak zelf ook eens gaan bekijken, dus trok ik met een vriendin naar Dordrecht om de foto in het echt te zien hangen. Na een kwartiertje lopen, kwamen we in Het Hof aan en betraden het erfgoedcentrum. Een vrouw kwam me tegemoet: 'er is een tentoonstelling over Calvijn en Ik en in de eerste zaal vinden jullie de genomineerden van een fotowedstrijd van Trouw'. De vriendin stootte mij aan, en ik glimlachte. Eigenlijk had ik stiekem mijn identiteit geheim willen houden, maar nu kwam het toch uit. De vrouw keek ons namelijk vragend aan.

'Mijn werk hangt er ook', zei ik dus maar. 'De foto van de afvalbakken'. De vrouw keek op het lijstje en trok een gezicht als een oorwurm. 'Ja, dat is wel een aardige foto', zei ze. 'Maar dat verhaaltje klopt natuurlijk niet'. 'Hoezo?' zei ik. 'Het beeld is echt niet geënsceneerd'. 'Nee, maar het is gewoon een wet. Dat moet van de gemeente!' zei de vrouw kattig. Gelukkig ging de telefoon en maakten de vriendin en ik ons snel uit de voeten door de tentoonstellingszaal binnen te schieten. 'Wat een kattige opmerking!' zei de vriendin. Ik beaamde het en keek om me heen.

En daar hing hij dan. Mijn foto. Hij was gigantisch en prominent aanwezig. Qua helderheid niet de beste ('echt een snapshot', zei de vriendin), maar hij bleef leuk. Als een echte onprofessionele fotograaf liet ik mezelf gelijk vastleggen op de gevoelige plaat. Want ook al kom ik (waarschijnlijk) niet als winnaar uit de bus, het is al een hele kick om mijn foto zo groot op een tentoonstelling te zien hangen...

woensdag 20 mei 2009

Klere(n)paskamers

Shoppen is een serieuze aangelegenheid. Tenminste, dat is het geworden toen ik in wat duurdere winkels mijn aankopen ging doen. Je betaalt dan per slot van rekening behoorlijk wat geld, dus dan moet het wel mooi zijn en lang mee kunnen gaan. Een tijdje terug, toen ik het gewoon nog met mijn kleedgeld van 125 gulden per maand betaald moest worden en er een vestiging van de H&M in Veenendaal kwam, was ik niet zo kritisch. Ik kocht dan iedere maand wel wat en kon bijna bij de vaste clientèle van de H&M gerekend worden.

Tegenwoordig kom ik niet vaak meer in de H&M. Ze hebben wel leuke kleding, maar op één of andere manier staan ze de etalagepoppen leuker dan mij. De kleding zit ook nèt niet goed om mijn toch al aparte figuur (nogal vooraangestaan toen ze de heupen uitdeelden). Broeken zitten te strak bij de heupen of te ruim bij de taille, van de rokjes pas ik alleen in de A-lijn exemplaren en met de bloesjes zie ik eruit alsof ik 6 maanden zwanger ben (minstens). Om over de tuniekjes maar te zwijgen.

Een extra reden om niet meer langs de winkel te gaan, is de belichting en de passpiegels. In een hokje van de H&M heb je 2 spiegels. 1 om voor te staan en een draaibare, waarin je je achterkant kan zien. Zo kan je zonder kritische vriendin beoordelen of je geen dikke kont hebt in dat jurkje. Maar de spiegels en het onflatteuze TL-licht zijn een dodelijke combinatie. Zeker aan het einde van de winter als werkelijk al het vakantiebruin verdwenen is, de kerstpondjes er nog aan zitten en je niet je beste ondergoed aan hebt. Dan kijk je argeloos en onbevangen in de spiegel en word geconronteerd met een enorm achterwerk dat de hele spiegel in beslag neemt.

Nu weet ik dat vrouwen extra kritisch in spiegels kijken. Aandacht verschuiven naar het kapsel dan maar, denk je nog paniekerig. Maar nee. Blijkbaar heb je op dat moment ook een enorm slechte haardag en staar je naar een bos futloos, pluizig touw. Snel raap je de kleren bij elkaar (in dat leuke roze rokje heb je een enorm achterwerk en lekker zitten doet het ook al niet), schiet weer in die comfortabele en wel passende jurk waarin je je wel mooi voelt. Voelde eigenlijk, want in die spiegel staat ook dat jurkje beroerd. Je schiet in je jas en rent bijna de paskamer uit. En stuit op het meisje.

'Is het niet gelukt?' vraagt ze met geringschattende blik en op sussend toontje. Wat niet gelukt? Bedoelt ze nou dat ik er niet in paste (wat wel zo was)? Bedoelt ze dat het me voor geen meter stond (had ze dat niet eerder kunnen zeggen)? Of bedoelt ze te vragen of het gewoon niet beviel (en waarom zegt ze dat niet gewoon)? Wat zijn dat toch voor een rare vragen? Desondanks gromde ik een 'nee' en verliet de winkel. Snel naar een dure winkel met kwaliteitskleding en flatteuze paskamerverlichting. Opgelucht stapte ik de winkel binnen en stuitte op een winkelmeisje.

Zij nam mijn verschijning op, keurde mijn ietwat oudere, praktische maar lekker zittende schoenen (die inderdaad wel een poetsbeurt konden gebruiken), mijn zomerjas waaraan drie knopen misten, en mijn wat verwilderde (vanwege eerdere passessies) kapsel. Haar blik veranderde en ze keek me aan alsof ik een paria was. 'Kan ik uit ergens mee helpen of kijkt uit even rond?' sprak ze. 'Dat laatste, dank u', zei ik. 'Natuurlijk', antwoordde ze. Ik maakte mijn rondje en trok hier en daar onder haar wakend oog wat kleding uit rekken en keek op prijskaartjes. Na het rondje liep ik naar de deur. Nog maar even verder kijken. Maar voordat ik haar een 'tot ziens' kon toeroepen, klonk er: 'Nee, niet gelukt?'.

Wat bedoelt ze daar nu weer mee? Dat ik het te duur vind of niet kan betalen? De volgende keer maar weer naar H&M. Kan je in ieder geval rustig snuffelen...